Waarom producten sterven in een dienstenbedrijf

"Er komt een nieuw project binnen. We leggen het product even stil."

Die zin heb ik tientallen keren gezegd, toen ik nog een ontwikkelingsbureau had. Wie een dienstenbedrijf leidt en een eigen product wil bouwen, zegt hem vroeg of laat ook.

Luan was een iPad-app voor verkopers. Ze toonden er foto's en documenten mee aan potentiële klanten, en het idee was eenvoudig: elke verkoper heeft altijd de laatste versie van het salesmateriaal bij, in plaats van maandenlang rond te rijden met een verouderde brochure.

We werkten eraan wanneer er ruimte was. Project afgelopen en nog geen nieuw? Dan was het tijd voor Luan. Kwam er een klant met een opdracht? Dan viel Luan stil. Meer dan anderhalf jaar lang ging het zo.

Elke keer voelde het alsof we ons kindje in de steek lieten. En elke keer zei ons verstand dat het de juiste keuze was. Een project betekent geld op de rekening na een maand. Een product is een investering die misschien over een jaar iets oplevert, en misschien ook niet. Met die twee naast elkaar kiest een dienstenbedrijf altijd voor de factuur. Niet omdat niemand in het product gelooft, maar omdat het hele bedrijf zo gebouwd is: de planning, de mensen, de cijfers waar je elke maand naar kijkt.

In dezelfde periode kreeg In The Pocket in Gent telkens dezelfde vraag van klanten: hoe krijgen we onze productinformatie mobiel en actueel? Ze hielden op met dat telkens als maatwerk te bouwen en maakten er een product van. Alleen deden ze dat in een apart bedrijf, dat de software van het bureau overkocht. Dat bedrijf heet Showpad.

Showpad bestaat nog. Van Luan staat alleen de website nog online.

Het verschil zat niet in het idee. Het zat in waar het product woonde. Bij ons moest Luan elke week opnieuw concurreren met een klant die vandaag wilde betalen. Showpad hoefde dat nooit.

Wij hebben Luan niet laten vallen omdat we er niet in geloofden. We hebben het tien keer laten vallen omdat we telkens verstandig waren.

Next
Next

Het lastigste deel van de CTO-job